Kayleigh Segaert

‘Scarrevelt, barrevelt’

 

Schar is een lekkere vis, maar was niet altijd populair. Vandaar de weinig complimenteuze benamingen als ‘het onkruid van de zee’ en – voor gedroogde schar – ‘armeluiskost’.

De bovengenoemde uitspraak ‘scarrevelt, barrevelt’ is afkomstig uit het 16e eeuwse Visboeck van Adriaen Coenen uit Scheveningen.

Coenen was vooral in Scheveningen en Den Haag een bekende en graag geziene, belezen man, een groot kenner van de zee en haar bewoners.

Hij noteerde vanaf 1577 al zijn waarnemingen in een handgeschreven boek van meer dan 800 bladzijden, dat hij rijk voorzag van illustraties.

Volgens Coenen waren vissers niet erg gelukkig met scharren. Er werd vooral op pladijs gevist en volgens het toen heersende bijgeloof wees bijvangst van scharren bij het vissen op pladijs op een slecht pladijsjaar of schollenjaar. Coenen noteerde in zijn boek het toen geldende gezegde ‘scarrevelt barrevelt’: dus liever geen scharren!

Het Visboeck van Adriaen Coenen wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het is helemaal gedigitaliseerd en in te zien op de website van de bibliotheek.

Scarrevelt Barrevelt