Vis en gezondheid
Vis, boordevol gezonde nutriënten
Het is allang bekend dat vis een excellente samenstelling heeft. Vooraleerst is vis een uitstekende eiwitbron. Visproteïnes zijn zéér goed verteerbaar en bevatten een hoge concentratie van essentiële aminozuren. Eiwitten zijn een belangrijke bouwstof voor de opbouw en het herstel van spieren, organen, zenuwstelsel en bloed. Tevens bevat vis belangrijke hoeveelheden vitamines en mineralen en is rijk aan poly onverzadigde vetzuren (PUFA’s)
De Hoge Gezondheidsraad, het hoogste adviesorgaan van de federale regering inzake gezondheid, heeft in mei 2004 een advies uitgebracht over de effecten van vis op de gezondheid.
De meeste vissoorten zijn mager en het gebruik ervan past dan ook perfect in voedingsadviezen die erop gericht zijn de totale vetinname, die in het gemiddelde westerse dagmenu nog te hoog is, te temperen.
Bron van natuurlijke omega-3
Ook vette vis heeft de laatste jaren een belangrijke plaats
gekregen in een
gezonde voeding, omwille van de kwaliteit van zijn
vetstoffen. Er zijn namelijk onverzadigde (goede) vetten
en verzadigde (slechte) vetten.
Vis bevat een hele speciale vorm onverzadigde vetten, nl.
de omega-3 vetten EPA (eicosapentaeenzuur) en
DHA (decosahexaeenzuur). Ze zijn nagenoeg
alleen in vis te vinden. EPA en DHA kan ons
lichaam niet of nauwelijks zelf aanmaken en moeten dus in de
voeding aanwezig zijn. Vis is veruit de belangrijkste voedingsbron
van EPA en DHA. Vooral vette vissoorten als zalm, haring, makreel,
paling, sprot en sardines zijn er rijk aan, maar ook de magere en
matig vette vissoorten bevatten EPA en DHA.
EPA en DHA verlagen het cholesterolgehalte in het
bloed en helpen zo hart- en vaatziekten voorkomen. Verder zijn ze
van vitaal belang voor het optimaal functioneren van cellen,
weefsels en organen, voor de goede werking van uiteenlopende
fysiologische processen zoals het immuunsysteem en
de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen en het
centrale zenuwstelsel. Dit laatste is vooral van belang
voor ongeboren kinderen maar ook bij peuters en kleuters die
tijdens deze levensfase een belangrijke hersengroei en
-ontwikkeling kennen.
Om 1 g EPA-DHA te bereiken moet men 70 g makreel, 100 g haring of
zalm, 200 g zeeforel, 250 g krabvlees, 500g garnalen of
kreeft eten.
Vol vitamines en mineralen
Vis is ook een goede bron van mineralen. Vis is eigenlijk het enige voedingsmiddel waar van nature jodium en fluor in zit. Jodium heeft het lichaam nodig voor een goed werkende schildklier, fluor voor bescherming van de tanden.
Selenium, dat ook in vis zit, heeft de schildklier eveneens nodig om de groei te regelen en voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel.
Vis bevat ook aardig wat zink. Zink is nodig voor een goede weerstand tegen ziekten, het speelt een rol bij smaak, reuk en gezichtsvermogen en het is belangrijk voor de groei. Voor al deze mineralen geldt dat de behoefte tijdens de zwangerschap hoger is.
Daarnaast is vis rijk aan vitamines. Vooral
vette vis bevat veel vitamine A en D. Verder bevat vis B-vitamines,
waaronder vitamine B5 en vitamine B12.
Vitamine A is belangrijk voor de ogen, een gezonde
huid, de groei en weerstand. Vitamine D zorgt voor
stevige botten en tanden.
Vitamine B5 geeft energie en helpt bij de aanmaak
van een aantal hormonen.
Vitamine B12 is nodig voor de aanmaak van rode
bloedcellen en voor een goede werking van het zenuwstelsel en
speelt ook een rol bij de stofwisseling van foliumzuur.
Onderzoek toont ook meer en meer dat vis kan beschermen
tegen verschillende types kanker (o.m. dikke darm-,
endeldarm-, borst- en eierstokkanker).
Verder zijn er goede aanwijzingen dat visconsumptie het risico op
glucose-intolerantie bij gezonde personen verlaagt, en een
positieve invloed heeft op het vetzuur- of triglycerie-gehalte bij
diabetespatiënten zonder de glycemie op significante wijze te
verhogen en mogelijk de werking van insuline versterkt.
Enkele studies hebben een gunstige invloed van het
visverbruik op dementie, auto-immune ziektes zoals
psoriasis en reumatoïede arthritis aangetoond.
Vis is veilig
Vissen leven in de vrije natuur en kunnen dus ook het slachtoffer zijn van milieuvervuiling. Naast alle gezondheidsbevorderend effecten, worden ook toxicologische data over mogelijkse contaminanten als dioxine, PCB’s en kwik continu opgevolgd. Recente data toont aan dat de kwik en PCB concentraties van de meest courante vissoorten ver beneden de toegelaten norm liggen.
Ook interne metingen tonen aan dat de kwikcontaminatie vooral
een historisch gegeven is. Allicht hebben we die verminderde
achtergrondvervuiling te danken aan de toenemende zorg voor het
milieu (o.a. de massale switch naar milieuvriendelijkere batterijen
eind de jaren ’80).
Berichten in de media over mogelijke contaminanten in vis kunnen
consumenten doen twijfelen aan het belang van vis in de voeding.
Het is uitermate belangrijk te communiceren dat vis een heel
belangrijke bijdrage kan leveren tot een gezonde voeding. Een
recente ‘risk/benefit’ analyse uitgevoerd door de Universiteit Gent
toont duidelijk aan dat bij een gevarieerd visdieet het
positieve gezondheidsbevorderend aspect vele malen groter is dan
een mogelijk risico op aanwezigheid van ongewenste
stoffen. Dit risico is dan nog eens heel specifiek naar
bepaalde vissoorten (vb zwaardvis) en/of in bepaalde regio’s (vb
Baltisch zee).
Hoeveel vis moeten we eten?
Op basis van het beschikbare onderzoek over de positieve gezondheidseffecten van vis, beveelt de Hoge Gezondheidsraad aan dat volwassenen 20 tot 40 g vis per dag, hetzij 1 tot 2 maal per week vis eten. Het type vis en zijn herkomst moeten gevarieerd zijn.
In België wordt momenteel gemiddeld 9,9 kg vis per persoon en
per jaar gegeten, waarmee ons land een van de laagste
visverbruikers in Europa is. Er is dus nog wat werk aan de winkel!
Uit tal van onderzoeken blijkt dat 1 tot 2 porties vis per week (of
150 tot 300 g per week of 20 tot 40 g per dag) voldoende zou zijn
om het risico op hart- en vaatziekten bij gezonde personen
aanzienlijk te verlagen. Twee porties vette vis per week
kan de sterfte aan hart- en vaatziekten met 20 tot 30 procent
verminderen.
Bij mensen die reeds een hartaandoening hebben, zijn supplementen
(EPA en DHA) waarschijnlijk nodig om een verlaging van het risico
van plotse dood na infarct of van het opnieuw dichtslibben van
bloedvaten te kunnen waarnemen.
De Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) heeft op 8
september 2004 aangekondigd dat producten rijk aan omega-3-vetzuren
(EPA en DHA) mogen vermelden dat zij het risico op hart- en
vaatziekten kunnen verminderen. De FDA stelt dat zij hiervoor
voldoende wetenschappelijk bewijs heeft. De Engelse FSA ( Foods
Standard Agency) heeft op basis van wetenschappelijk onderzoek het
advies uitgebracht om twee tot vier vette porties vis per week te
eten.
De gemiddelde Belgische consumptie ligt echter nog ver beneden
bovenvermelde aanbevelingen. Evenwichtig, gevarieerd én voldoende
vis op de menu zetten is niet alleen de beste garantie op een
gezond dieet, het is daarenboven ook nog eens superlekker!
Suggesties voor je menu: klik hier naar onze
receptenpagina!

